Mijn kind reageert op mijn spanning
Daar stond ik dan, met rode wangen en mijn handen vol boodschappen omdat ik een tas vergeten was. Mijn dochter lag recht voor de ingang van de supermarkt languit krijsend op de grond. En ik maar proberen om mijn tweejarige tussen mijn bovenarm en mijn bovenlichaam te klemmen zónder mijn boodschappen te laten vallen. Een onmogelijke zaak.
Ik voelde me ontzettend bekeken. Elke afkeurende blik maakte dat ik me steeds een beetje kleiner voelde. Ik voelde me een falende moeder en wilde daar zo snel mogelijk weg. Hoe meer ik uit balans raakte, hoe harder mijn dochter krijste. Het eindigde met al mijn boodschappen op de stoep en ikzelf bijna in tranen.
Thuis duurde mijn boosheid (maar eigenlijk schaamte) en haar driftbui nog 45 minuten. Ze kon pas stoppen toen ik rustig werd.
Waarom mijn spanning alles erger maakte
Wat ik leerde: kinderen voelen je feilloos aan. Hoe rustiger jij bent, hoe beter je de situatie aankunt en hoe sneller je kinderen weer kalmeren.
Als ik nu weer in zo’n situatie zou komen, zou ik proberen rustig te blijven ademen. Ik zou mijn boodschappen, met een licht gevoel van schaamte, toch op de grond leggen. (En ik zou een tas bij hebben.)
Tegen mijn dochter zou ik zeggen: ‘jij wil heel graag in het speelgoedautootje spelen en je bent teleurgesteld dat dit nu niet kan.’ Om vervolgens even te wachten tot haar teleurstelling zakt.
Net zoals die moeder die me rustig en zonder oordeel hielp mijn boodschappen naar mijn auto te brengen, zodat ik mijn hysterische dochter fatsoenlijk mee kon nemen, in plaats van haar tussen mijn bovenarm en mijn zij te klemmen.
De valkuil van mijn hoge lat
Maar dit inzicht was nog niet genoeg, want mijn valkuil zit ergens anders. Inmiddels weet je misschien dat ik het altijd supergoed wil doen. Als psycholoog én als moeder. Ik weet dat dit nergens op slaat. Want wat helpt het mij om strenger te zijn voor mezelf dan voor een ander? Maar dit veranderen vind ik ontzettend moeilijk.
Lang had ik dit niet eens in de gaten en was ik voortdurend uitgeput. Ik schoot tekort. De ene keer als moeder en de andere keer als psycholoog. Ik was niet die rustige moeder en betrapte mezelf te vaak op schreeuwen naar mijn kinderen. Ook op mijn werk had ik minder geduld.
Je hoeft het maar 30% goed te doen
Ik had het me zo anders voorgesteld. In mijn dromen zag ik mezelf als een rustige, lieve, zachtaardige moeder, die zichzelf altijd onder controle had. Schreeuwen naar mijn kinderen zou ik al helemaal niet gaan doen.
Zeker na mijn opleiding tot gezondheidspsycholoog, waarin ik leerde dat je maar 30% van de opvoeding in één keer goed hoeft te doen. De overige 70% moet je gewoon op de juiste manier goedmaken. Super simpel toch? Je moet hard je best doen om je kinderen te ‘verpesten’ 😉.
Jarenlang heb ik dit geweten en aan anderen verteld, zonder het op mezelf toe te passen. Die perfecte moeder ben ik duidelijk niet geworden. (En ja, ik lach mezelf nu keihard uit achter de computer.)
Stilte werkt beter dan discussie
‘De kracht van de stilte’ is mijn laatste ontdekking en man, wat heb ik daar veel aan. Mijn oudste dochter is creatief in het zorgen dat een ‘nee’ verandert in een ‘ja’. Dit uit zich in eindeloze argumenten en me meetrekken aan mijn armen of kleding. Als dat niet werkt, ontstaan er boze uitspattingen en soms zelfs ongecontroleerd gillen. Oh wacht, mijn jongste doet dit ook, maar dan juist door mij te paaien (slimmerik).
Vroeger lukte het regelmatig om mij of mijn partner overstag te laten gaan. Wij wilden dat het zo snel mogelijk stopte (vooral dat gegil), maar daardoor werd het alleen maar erger.
Andere momenten waarop mijn ‘nee’ in een ‘ja’ veranderde, of waarop ik een ‘curlingouder’ werd, zijn wanneer mijn kinderen verdrietig zijn. Bijvoorbeeld omdat ze zich buitengesloten voelen. Dat herinnert mij aan groep 7 en 8 van de basisschool, waar dat bij mij gebeurde, en dan voel ik direct mijn eigen verdriet.
Op beide punten hielp de opleiding tot trainer in Verbind Gezag mij verder.
Waarom stilte beter werkt dan eindeloze discussies
Als mijn dochters een ‘nee’ van mij krijgen, dan mogen ze daar over pruttelen. Ze mogen zelfs extreem boos worden (terwijl ik ondertussen rustig probeer te blijven).
Ik herhaal mijn antwoord één keer (of soms per ongeluk toch twee keer). Daarna blijf ik stil en geef ik aan dat ik over dit punt niet meer in gesprek ga. Het pruttelt nog even door, soms kookt het over, en dat is gruwelijk irritant. Maar als het mij lukt om stil te blijven, wordt mijn ‘nee’ sneller (weliswaar met tegenzin) geaccepteerd.
Stoppen met overcompenseren
Ik weet nu wanneer het gevoel van mijn kinderen mijn eigen pijn raakt en hou dat bij mezelf. Daarna trek ik ze op schoot, geef ze een dikke knuffel en benoem hun gevoel. Vervolgens ben ik stil en wacht. Zij kiezen of ze er iets over willen vertellen of niet. Na een tijdje zakt het gevoel en staan ze weer op.
Dat moment vind ik zo bijzonder. Zonder dat ik een oplossing bedenk of me in bochten wring om hun nare gevoel te compenseren, gaan ze de dag weer aan. Het moeilijkste vind ik het geduld om rustig te blijven wachten.
Ik laat mijn perfectionisme een klein beetje los
Deze ontdekkingen helpen mij. Ik hoef niet alles perfect te doen (liever niet zelfs). Ogenschijnlijke perfectie geeft anderen weer het gevoel dat ze tekortschieten en houdt deze gevoelens in stand. (Mijn zussen noemden mij vroeger het engeltje, en ik snap nu beter hoe lastig dat voor hen was.)
Het lukt me om eerlijk te zijn over opvoeden en waar het misging bij mij. Dat maakt dat anderen ook sneller hun dilemma’s delen, en dat lucht op.
Tegelijk merk ik dat het me nog niet lukt om voor mezelf dezelfde maatstaf te hanteren als voor anderen. Maar ik leer elke keer weer bij.
Opvoeden is lastig, soms helemaal niet leuk en vooral: superhard werken. En misschien zouden we elkaar daarin wat minder snel mogen beoordelen, en wat vaker helpen, zoals die moeder dat bij mij deed voor de supermarkt. Dat moment zal ik nooit vergeten.







