Ik wist niet dat wachten in een rij bij Euro Disney zo spannend kon zijn.
Tijdens het Hemelvaartsweekend vierden wij het 50-jarig huwelijk van mijn schoonouders in Euro Disney. Bij aankomst bleek het park het hele weekend ‘complet’, zoals ze dat in Frankrijk noemen. Er was geen kaartje meer beschikbaar, en dat bij 30 graden Celsius.
Via het zalmroze Disneyhotel kwamen we bij de ingang van het park. Op praktisch elke stoeptegel stond een mens en zelfs voor een foto van het Disneykasteel stond je een kwartier in de rij.
Overal liepen mensen: stellen, vriendengroepen en veel, heel veel, gezinnen. Mensen uit verschillende culturen, met hun eigen gewoontes en gebruiken. De psycholoog in mij keek haar ogen uit.
De rijensmokkelaars
Wachtrijen zijn perfect om gedrag van mensen te observeren (en voor mij verveling te voorkomen). De hitte en drukte maakten dat veel sociale regels overboord werden gegooid, vooral door ouders die de zware taak hadden om hun kinderen in de pas te laten lopen.
Samen met al deze gezinnen werden wij dit weekend expert in ‘wachten’. Hoe langer wij in Disney waren, hoe vermoeiender de dagen en hoe moeilijker dit werd. Kinderen met blosjes op hun wangen werden getild, of door hun ouders met een scherm in perkjes gelegd, om vervolgens weer opgepikt te worden aan de andere kant van de rij.
Het lange wachten zorgde voor een trend van ‘rijensmokkelaars’. Vaak kwam één persoon, of soms twee personen, voorbij die zich voegden bij mensen verder vooraan in de rij. Naarmate het weekend vorderde, nam dit fenomeen toe. Soms keken we een beetje vreemd, maar niemand zei er iets van.
De boze vader
Totdat twee jonge meiden, ik schat ze een jaar of negen en elf, giechelend tweederde van de rij voorbij smokkelden. Een moeder achter ons stuurde ze terug. Andere kinderen moesten lang wachten dus zij ook, was haar boodschap.
Met sippe gezichtjes liepen ze terug naar een lange man met donker haar en donkerbruine ogen, waarschijnlijk hun vader. Tranen liepen over de wangen van de jongste. Het gezicht van de vader verstrakte. Met donkere ogen speurde hij de rij af. Elke vrouw werd minutieus bekeken.
Op blaffende toon sprak hij tegen zijn dochters, waarop de meisjes onze kant op wezen. Met een woest gebaar wees hij naar mij, waardoor mijn hart direct in mijn keel sprong. De jonge meisjes schudden hun hoofd, om vervolgens opnieuw mijn richting op te wijzen, waarop de vader knikte.
Daarna bleef hij de moeder achter mij in de gaten houden, terwijl hij ijsbeerde langs het hek dat de rij scheidde van het looppad. Er zat nog tien meter tussen. De meisjes trokken aan zijn hand. Ze wilden duidelijk gaan, maar de vader gaf niet mee.
Langzaam schoven we dichterbij. Ik voelde mijn spanning steeds verder oplopen, mijn buik trok samen en ik greep de hand van mijn dochter net iets steviger vast. Er zaten nog drie meter tussen ons en de vader.
Toen we ongeveer op zijn hoogte waren, keek hij strak langs mij af en zei tegen de moeder in gebrekkig Engels: ‘You and me need some time together afterwards.’ De moeder keek verbaasd en vroeg: ‘Why?’ Hij wees met zijn vinger van haar naar hemzelf.
Vervolgens liep de man naar de andere kant van de attractie om te kijken naar zijn vrouw, die inmiddels alleen in de attractie zat. Zijn hele houding sloeg acuut om naar een vrolijke en vriendelijke uitstraling. De jongste was gestopt met huilen, maar lachte niet.
Nadat zijn vrouw uit de attractie was, heeft de man nog tien minuten staan dralen bij het klaphekje aan de uitgang van de attractie. Hij bleek met een grote familie te zijn. Zij wilden door, waarop hij, na nog een laatste intense blik haar kant op, het hazenpad koos.
Angst in je lijf
De spanning heeft die dag nog lange tijd in mijn lijf gezeten. Ik kon niet stoppen met denken aan wat er had kunnen gebeuren. Zou het geëscaleerd zijn? Wat had dit voor het jongetje betekend, dat stil bij zijn moeder op de arm hing? Of voor de meisjes van deze vader en mijn eigen dochter die naast mij een dansje deed?
Ik fantaseerde over een grote escalatie. Iedereen zou toekijken of filmen met hun telefoon. Zou er iemand in ingrijpen? Wat zou ik doen? Zou ik durven ingrijpen? Het antwoord op de laatste vraag wist ik meteen.
Wat leren we onze kinderen?
Ik geloof oprecht dat deze vader de beste bedoelingen had door op te komen voor zijn dochters. Ook is het heel lief van deze moeder om hen te sparen, door hen niet te laten wachten in die lange, warme rij.
Daar, in die rij, voelde ik weer mijn grootste worsteling in het ouderschap. Waar neem je het over of kom je voor ze op? En waar laat je ze iets ervaren, wat misschien vervelend is of tegen zit.
Wetende dat het hartverscheurend is als je kinderen verdriet hebben. Iets wat nog moeilijker te verdragen is als je zelf (ook) moe bent en het heet hebt. Maar wat bracht het gedrag van deze vader deze meiden?
Ook ik heb dat weekend vaak getwijfeld en soms toegegeven, waardoor mijn dochter één wachtrij later net iets intenser doordramt als ze niet op mijn telefoon mag.
Maar daarnet, in die rij met de boze vader, keek mijn dochter met rode blosjes op haar wangen en kleine zweetdruppeltjes op haar neus naar mij op. ‘Zullen we nog een keer het handjeklapspelletje doen’, vroeg ze. Zij had niks gemerkt van deze commotie.
Eenmaal aan de beurt klom mijn dochter achter het stuur en vouwde ik me op de achterbank van het rode autootje, mijn knieën net niet tegen mijn neus. We zwierden in het rond en gilden van plezier. Duizelig wankelden we de attractie uit. Het was het wachten waard geweest.
Deze momenten leren mij dat grenzen aangeven, frustratie toelaten en wachten geen straf is, maar een kans op groei – voor mijn kinderen én voor mij als ouder.







