Als niemand het ziet

Een jongen loopt over straat. Zijn schouders gebogen, zijn hoofd omlaag en zijn blik gericht op zijn telefoon. Hij reageert niet op mijn groet. Als ik voorbijkom, kijkt hij niet op of om. Zo af en toe kom ik hem tegen. Soms te voet, soms op de fiets, altijd alleen. En elke keer als ik hem zie, lijkt hij verder weg.

Een meisje op de kinderopvang heeft weinig expressie op haar gezicht. Als je contact maakt, kijkt ze net langs je heen. Hoe ouder mijn kinderen worden, hoe meer ze mij opvalt. Ik zie haar steeds vaker alleen, achter de kast met de duplo erin.

Een jongetje bij de zwemles. Hij springt drie kwartier lang op en neer, praat door de juf heen en plukt aan de andere kinderen uit zijn groepje. Als de juf zich even omdraait, ligt hij meteen in het water. Elke week praat ze harder en klinkt ze vaker kortaf tegen hem. Van zijn moeder hoor ik haar worsteling om hem naar de zwemles te krijgen.

Mijn onderbuikgevoel

Het zijn een paar voorbeelden uit mijn dagelijks leven. Als ik goed kijk, zie ik deze voorbeelden regelmatig. Kinderen bij wie mijn onderbuikgevoel een seintje geeft. Soms twijfel ik of ik er iets van moet zeggen, maar vaak doe ik het niet.

Als ik het zie, raakt het me. Op mijn werk zie ik de gevolgen. Bijvoorbeeld als jongeren extra of andere aandacht missen die ze nodig hebben. Soms denk ik dan: had het geholpen als we deze jongere eerder hadden gezien?

Het is een vraag die ik mezelf vaker stel. Maar hoe zit het met mijn verantwoordelijkheid? Moet ik dan toch iets zeggen als ik iets signaleer? En dan twijfel ik weer. Ik vind dat niet makkelijk en heb geleerd dat dit niet altijd helpt. Je kunt pas zorg bieden als iemand eraan toe is, ervoor openstaat.

Goedbedoelde bemoeienis

Op mijn werk heb ik dat geprobeerd. Ik gaf antwoord op vragen die niet gesteld waren en waarop ik ouders niet had voorbereid. Ik kreeg de volle lading. Het maakte niet uit wat ik zei; ik raakte alleen maar in discussie. Al mijn conclusies werden door ouders in twijfel getrokken of anders uitgelegd. Uiteindelijk zagen ouders af van behandeling voor hun kind en bleef ik achter met de vraag of ik dit gezin hiermee wel geholpen had.

Hoewel ik het tempo op mijn werk steeds makkelijker kan aanpassen aan de jongeren en ouders die ik zie, blijf ik daar in mijn privésituatie mee worstelen. Vooral als ik dat seintje krijg, zoals bij die ene jongen. Ik zie zijn ziel bijna onder zijn arm zitten.

Wat ik ook voel, ik weet niet precies wat er speelt en het is niet mijn zaak. Daarnaast kan ik dat zelf niet aan als mijn hart continu naar iedereen uitgaat. Dus probeer ik mezelf een beetje af te sluiten en hoop ik dat hij gezien wordt.

De psycholoog staat nooit uit

Toch zijn er ook momenten dat ik het lastig vind. Vooral als mensen mij terloops om mijn mening of advies vragen. Zoals: ‘Dat is toch normaal voor die leeftijd?’ Of:  ‘Op school hadden ze het over een onderzoek, maar school moet eerst zelf maar eens aan de bak. Zo erg is het toch niet?’

Ik ben al een aantal keren door het ijs gezakt. Door mijn passie voor mijn vak en doordat ik nu eenmaal graag praat, geef ik veel te uitgebreid antwoord. En ik begin veel te snel allerlei mogelijkheden en oplossingen aan te dragen. Ik zit namelijk niet in mijn spreekkamer als genuanceerde, doordachte psycholoog, maar flap het er gewoon uit als gepassioneerde, impulsieve Meij.

Dat is zo niet handig. Ik ben er zelfs een vriendin door verloren. Zij was vermoeid en worstelde met de zorg voor haar kinderen. Ik wilde helpen door mee te denken en kwam steeds met nieuwe oplossingen. Ze zei steeds meer afspraken af en reageerde steeds later op mijn berichten. Zo verdween ze langzaam uit mijn leven. Achteraf begreep ik het. Ik had niet goed genoeg geluisterd.

Een kwart van mijn mening

Daarom doe ik het nu anders. Ik probeer beter te luisteren en stel eerst een vraag voordat ik een kwart van mijn mening voorzichtig geef. Ik push niet, maar laat ze zelf bepalen wat ze ermee doen. Tenminste, dit probeer ik, want mijn impulsiviteit heb ik nog niet altijd onder controle. Maar vooral herinner ik mezelf eraan dat ik niet al het leed van de wereld hoef te dragen.

En ik, ik blijf ze zien. Ik kijk, glimlach vriendelijk, probeer te denken vanuit mildheid en bijt op mijn tanden, zodat mijn mond dicht blijft.

Ik ben Meij

Welkom op Vanaf De Andere Kant. Mijn blog over het leven van een moeder, werkzaam als psycholoog. Lees mijn dilemma’s. Lach, leer en herken.


04-10-2026
Schrijf je mee?: Als niemand het ziet

Waar verzaak jij als moeder?

Begin met: Als andere moeders dit van mij zouden weten…

Schrijf vijf minuten door zonder jezelf te verbeteren of te veroordelen.

Wat ontdek je?