Jij houdt meer van haar dan van mij

Twee totaal verschillende kinderen

Het klinkt misschien heel gek, maar ik dacht écht dat mijn jongste dochter zou lijken op mijn oudste. En misschien denk jij nu: ‘Serieus? En jij bent GZ-psycholoog voor kinderen en jeugdigen?!’

Ja, ik dacht het ECHT. Niet zozeer qua uiterlijk, maar wel qua karakter. Ze komen immers uit dezelfde papa en mama, maar als ik daar nu over nadenk, begrijp ik niet meer hoe ik dat ooit heb kunnen denken.

Waar mijn oudste vrijgevochten is en haar eigen ruimte en zelfstandigheid nodig heeft. En waar ik me dus vooral niet met haar mag bemoeien (erg lastig als je graag de controle hebt). Daar houdt mijn jongste van veiligheid, zekerheid en mama dichtbij (niet papa). De één knuffelt mij bijna de hele dag. De ander heeft, sinds ze een paar weken oud was en haar hoofd op kon tillen, dat hoofd praktisch nooit meer op mijn schouder gelegd. Oké, behalve als ze ziek was (en dan genoot ik stiekem van dat warme hoofdje tegen mijn schouder).

Nu het schooljaar weer is begonnen, slaapt mijn oudste als een roos en kan ik me nergens mee bemoeien. Ze weet precies wanneer haar gymtas mee moet en wat ze verder nodig heeft. En als ik iets zeg, reageert ze met: ‘Jaahaa’. Ze gaat met veel plezier naar school en na schooltijd zie ik haar nauwelijks, want ze is steeds met vriendinnen op pad. Die zelfstandigheid maakt me zo trots.

Maar mijn jongste is een ander verhaal. Zij ligt ’s avonds wakker van de spanning, komt uit haar bed met zorgen over hoe ze naar schoolkamp moet gaan fietsen (wat pas over drie weken is) en heeft nog geen één middag met vriendinnen afgesproken. Na schooltijd zit zij in haar eigen wereldje met haar speelgoedpaardjes of loopt met haar koptelefoon op naar een boek te luisteren.

Kortom: ze zijn dus écht totaal anders. En daarmee hebben ze dus ook iets totaal anders nodig van ons als ouders. De een rem ik af en de ander duw ik vooruit. Zo kom ik soms letterlijk in de spagaat en ik ben alles behalve lenig.

‘Jij houdt meer van haar dan van mij’

En toen kwam die ene opmerking van mijn oudste, die mijn wereld volledig op zijn kop zette: ‘Mama, jij houdt veel meer van haar dan van mij!’ Huilend ligt ze in bed, met haar rug naar me toe en haar knieën opgetrokken. Ik zit met één bil op het randje van haar bed en weet even niet wat ik moet doen.

Elke keer als ik haar probeer aan te raken, schuift ze verder bij me vandaan. Uiteindelijk ligt ze met haar neus tegen de muur en haar bips zover naar achteren, dat ik er letterlijk niet meer bij pas op het bed. Ik doe mijn mond open om iets te zeggen, maar meteen schreeuwt ze: ‘Je hoeft niet te zeggen dat dat niet zo is. Ik zie het toch!’ Moedeloos sta ik op. Ik heb geen idee hoe ik haar op andere gedachten kan krijgen.  

Met een zwaar gemoed loop ik haar slaapkamer weer uit, hopend dat haar vader haar wel nog even mag knuffelen. Ik vind het verschrikkelijk dat ze dit zegt en dat ik haar niet kan overtuigen van haar ongelijk. Misschien raakt het me daarom zo. Omdat ik in mijn eigen gezin heb ervaren hoe het is om aan de andere kant te staan. Daar werden we onbedoeld verdeeld in engeltjes en duiveltjes.

Was ik het engeltje?

Lang heb ik dit patroon niet herkend. Ik vond mijn zussen, die meer ruzie maakten, vooral irritant, maar stiekem was ik jaloers. Ik wilde zelf ook wel eens boos zijn of tegendraads doen, maar dat durfde ik mijn ouders niet aan te doen. Het gevoel dat ik het negatieve gedrag van een ander moet compenseren, was vermoeiend. Net als de hoge eisen die ik daardoor aan mezelf stelde. Daarom had ik met mezelf afgesproken dat dit in mijn eigen gezin niet ging gebeuren, maar niets is minder waar.

Als ik het er later die avond met mijn partner over heb, vertelt hij dat onze oudste gelijk heeft. Ik help de jongste vaker met alledaagse dingen, lig langer bij haar als ze naar bed moet, en wij knuffelen veel meer. ‘Als je het van haar kant bekijkt, dan snap ik haar gedachte wel’, zegt hij. Die woorden blijven hangen.

Die periode daarna probeer ik er meer op te letten, maar ik weet niet goed hoe ik het anders moet doen. Een tijd gaat het op en af. Ik zie mijn jongste voor mijn ogen steeds meer veranderen in een engeltje en ook dat breekt mijn hart.

Niet meer liefde, wel ander gedrag

Na maanden mijn hoofd breken en ploeteren, kom ik tot de conclusie dat mijn partner gelijk heeft. Niet in de liefde die ik voel, maar wel in mijn gedrag.

Vanaf dat moment ben ik gaan zoeken naar kleine momentjes samen met haar. Net die extra kus komen brengen voor het slapen gaan. Zorgen dat ook zij tegen mij aanligt als ik voorlees, zodat ik haar kan kriebelen. En wat ik zelf het leukste vind: als een idioot achter haar aanrennen wanneer ze ’s ochtends zonder afscheid naar school vertrekt, om haar dan onhandig rennend tijdens het fietsen toch nog die afscheidsknuffel te brengen. (Waarbij zij met rollende ogen doet alsof ze het achterlijk vindt, maar waarvan ik weet dat het gewaardeerd wordt.)

Ook spreek ik steeds vaker mijn jongste op haar ‘engelengedrag’ aan. Zij hoeft niet te compenseren voor het conflict dat ik heb gehad met onze oudste. Zij mag lekker haar kont tegen de krib zetten. Ook als dat niet leuk is voor ons als ouders.

Sinds ik dit ben gaan doen, heb ik die ene opmerking niet meer gehoord. En eerlijk gezegd hoop ik dat dit in de toekomst zo blijft. Mocht ik hem toch weer horen, dan weet ik dat ik niet hoef te zeggen dat ze ongelijk heeft. Ik moet het haar laten zien.

Ik ben Meij

Welkom op Vanaf De Andere Kant. Mijn blog over het leven van een moeder, werkzaam als psycholoog. Lees mijn dilemma’s. Lach, leer en herken.


19-06-2026
Schrijf je mee?: Jij houdt meer van haar dan van mij

Welke onwaarheden vertellen jouw gedachten?

Schrijf vijf minuten lang alles op wat er in je opkomt.

Lees het daarna terug. Wat valt je op?