Heb ik een keer tijd om uit te slapen, ben ik om 06.30 uur klaarwakker. Ik houd mijn ogen stijf dichtgeknepen, maar het helpt helaas niet. Mijn hoofd staat al aan.
Eerst loop ik uitgebreid de hockeywedstrijd van mijn jongste door. Ik ben sinds dit jaar coach en ik weet nog niet of ik het leuk vind. Vooral alles eromheen geeft me nogal wat stress.

Deze stress zet de perfectionist in mij aan. In gedachten ga ik alle meiden langs (17 om exact te zijn). Hoe blijven ze enthousiast met al dat verlies?
En dan de ouders. 32, onszelf niet meegerekend. Nee wacht 33, want mijn partner vindt er ook wat van.
Maar waar te beginnen? In mijn hoofd vormen allerlei gesprekken met de kinderen en de ouders (17+33 = 50).
Hoe kan ik zo vriendelijk mogelijk blijven reageren (zelfs als ze rete irritant zijn en ik de neiging voel hun mond dicht te tapen)?
Ik wil iedereen tevreden houden. De kinderen, maar ook al die ouders die denken dat, met een beetje pokon, de kinderen in een mum van tijd wereldsterren zijn.
Inmiddels is het 07.00 uur. Uit nood pak mijn telefoon erbij. Even lezen zet mijn hoofd stil.
Al na vijf minuten worden mijn gedachten rustig en mijn ogen moe. Yes! Snel leg ik mijn telefoon op mijn nachtkastje.
Maar een kwartier lig ik nog steeds wakker en mijn hoofd is gewoon weer opgestart. Dus stap ik uit bed.
Ik voel de eerste lichte krampjes achter mijn ogen. Ook de aanhoudende piep in mijn oren is er weer. Ik vecht tegen de vermoeidheid en ik weet… barstende koppijn is op komst. Zoals vaker de afgelopen weken.
Deze ochtend is maar een klein voorbeeld van de afgelopen tijd. Er spoken zoveel thema’s door mijn hoofd die tijdens een dood moment vechten om een kans. Daardoor is er geen tijd en vooral geen ruimte voor schrijven.
Alles wat moet slokt de ruinte op. ‘Moet’, ik gebruik het bewust. Weekenden weg, een verbouwing op zolder, kinderfeestjes en grote-mensen-verjaardagen organiseren en natuurlijk dat (nog niet zo heel leuke) hockey.
Hierdoor heb ik al twee van mijn eigen deadlines gemist. En dus de afgelopen zes weken maar één blog online, in plaats van drie. Dat is niet wat ik met mezelf afgesproken heb.
Terwijl ik me elke dag voorneem om te schrijven, verschijnt er een artikel op Nu.nl. Anne Hathaway (ik vind haar fantastisch). Daarin staat dat ze dit jaar vijf films maakt terwijl ze (hoog)zwanger is. Om vervolgens doodleuk te vertellen dat ze daar dankbaar voor is. Vijf films!
Natuurlijk jubelt mijn brein: dat moet ik ook kunnen! Want blijkbaar kan het wel: vijf films maken en er ook nog stralend uit zien.
Met hernieuwde energie spit ik het artikel grondig door voor de superwoman tip, want ze bestaan. Mensen die het kunnen. Alle ballen in de lucht houden, zonder wallen op hun enkels. En ik moet die volgende deadline natuurlijk gewoon halen.
De gevonden tip: je verandert gewoon hoe je denkt. Ik citeer Anne: “Ik heb daar een doel van gemaakt: hoeveel kun je doen terwijl je je plezier en dankbaarheid behoudt?”
Simpel toch? Ik moet alle taken als een cadeautje gaan zien en me geen muilezel voelen. Dus: adem in, zet een glimlach op je gezicht en zeg tegen jezelf: ‘wat fijn dat ik dit allemaal mág doen.’
Met die (gemaakte) glimlach buffel ik net zo hard door. Door de chaos neem ik zelfs nóg meer hooi op mijn vork. Want natuurlijk gaat over niet al te lange tijd ook nog mijn rode koekblik overlijden.
Na een week opnieuw niet schrijven is het tijd voor een klein resumé:
Ben ik nu minder moe? Nee.
Is mijn stressniveau gezakt? Ja zeker. Ik zet nu in gedachten, met een dankbare glimlach, achter elke afgeronde taak een vinkje.
Heb ik al meer tijd gevonden? Euh tijd gemaakt om te schrijven? Nee.
Die ene blog in de twee weken moet toch nog even wachten..
PS. Deze blog is geschreven en geperfectioneerd vanuit mijn bed. Om 06.13 uur. Met wallen. En hoofdpijn.






