Herken jij dit? Dat opeens je grens bereikt is? Vanaf dat moment kan ik alleen nog maar praten met op elkaar geklemde kaken. Dit weekend zit ik op dat punt. Ik ga even zitten en verander ter plekke in een heks.
‘Overplanning’: ik wist het van tevoren
En zo gebeurt het. Op zondag klaag ik tegen mijn vriend dat ik het de komende week veel te druk heb. Elke avond staat iets gepland, maar daar verander ik niets aan. Ik zet ‘gewoon’ mijn schouders eronder en sleur mezelf door de week. Op mijn vrije vrijdag voel ik de eerste scheuren. Ik ga met lood in mijn schoenen naar een collega die met burn-outklachten thuiszit en ’s avonds moet ik uit eten.
Zaterdag zit ik zo in de actiemodus dat ik na een ochtend helpen op het hockeyveld ’s middags nog even mijn hele huis poets. Als ik daarna ga zitten, zakt mijn energie als een pudding in elkaar.
Helaas ben ik nog niet klaar. Mijn kinderen hebben honger, mijn oudste heeft hulp nodig met het inpakken van haar logeertas voor een kinderfeestje waar ik haar naartoe moet brengen, en mijn jongste heb ik een ijsje bij de friettent beloofd voor het halen van haar turndiploma.
Mijn grens voorbij
En dan knapt er ineens iets. Ik geef mijn dochters vanaf de bank bevelen en verhef mijn stem als ze niet direct doen wat ik zeg. Uiteindelijk spring ik op en sis: ‘Ik doe het zelf wel.’ Bij mijn oudste lopen de tranen over haar wangen, maar ze maakt geen geluid. Mijn jongste durft geen oogcontact meer met mij te maken. Mijn partner ondersteunt mij waar mogelijk, maar het was al te laat. Ook hij krijgt de volle laag. Niets kan me meer terugbrengen naar mijn normaal zo vriendelijke ik.
Sociale batterij
Hoe heb ik dit zover laten komen? Ik weet toch dat ik dit niet kan?! Dit is niet wie ik wil zijn, klinkt het in mijn hoofd.
Die avond ga ik, na uitgebreid excuses te hebben gemaakt en nadat mijn partner het huis is ontvlucht, vroeg naar bed. Zondag schrijf ik en doe ik verder niets. Ik laat mijn kinderen buitenspelen en wijs een aanbod voor een borrel met onze buren af. De muziek blijft die dag uit. Ik doe alles om de heks in mij niet meer naar buiten te laten komen, terwijl ik me stiekem schaam dat ik niet ‘gezellig’ ben.
Achteraf weet ik precies wat er gebeurd is. Ik ben structureel over mijn grens gegaan. Mijn lichaam heeft allang aan de noodrem getrokken, maar die signalen heb ik vakkundig genegeerd. Ik heb geleerd dat ik af en toe bewust mijn lichaam langs moet lopen om letterlijk te voelen of alles nog oké is, maar in zo’n stressvolle week is dat wat voor mij niet natuurlijk is, het eerste wat overboord vliegt.
Opladen door alleen te zijn
Als ik eerlijk naar mezelf kijk, ben ik helemaal niet zo’n sociaal persoon. Ergens weet ik dat dit bij mij hoort, maar het voelt zo tegenstrijdig. Een psycholoog die houdt van alleen zijn. Die op een feestje denkt: ‘Met wie zal ik nu een praatje maken?’ En stiekem: ‘Mag ik alweer naar huis?’
Als puber lag ik na een avond stappen de volgende dag standaard drie uur in bad. De badkamerdeur op slot en mijn familie waagde het niet om mij te storen.
Waar ik op mijn werk mensen rustig naar hun eigen inzicht leid, ben ik in mijn privéleven ongeduldig en flap ik mijn conclusie er zomaar uit. Ik zie daarna het gezicht van de ander betrekken en probeer mijn te harde woorden snel weer te verzachten. Naderhand voel ik me moe en tegelijkertijd een hork. Ik knap pas weer op nadat ik een tijdje alleen ben geweest.
Allergisch voor koetjes en kalfjes
Ik merk het ook in hoe ik contact maak. Ik kies liever voor een diepgaand gesprek met één persoon dan voor een hele avond oppervlakkige ‘koetjes en kalfjes’. ‘Smalltalk’ komt niet natuurlijk over mijn lippen en ik sta snel met mijn mond vol tanden.
Ben ik daarmee anders? Ik heb geen idee. Is dit wie ik ben? Jazeker.
En jij?
Misschien ben ik niet de enige die graag in haar eentje ontsnapt aan de hectiek van de maatschappij. Die oplaadt door alleen te zijn. Achteraf denk ik vaak: ‘Wat een pannenkoek ben ik!’
Gelukkig kent mijn partner mij goed en met een beetje zelfspot en dikke sorry-knuffels voor mijn gezin is het weer oké.
Ik blijf mijn best doen om de heks in mij op tijd te herkennen. Maar af en toe piept ze er toch tussendoor. En daarna herinner ik mezelf eraan dat ik ook maar een mens ben (en geen superwoman).







