‘Lieve mama, je hoeft geen inpakstress te hebben. Je bent de beste mama ever.’
Ik zit op mijn werk en open mijn broodtrommel. Op mijn boterham ligt een klein kanariegeel briefje. Terwijl ik het lees lopen mijn ogen vol water. Ik doe mijn best om de tranen niet over mijn wangen te laten rollen.
Morgen gaan we op vakantie. Tijdens een overvolle werkweek ook nog alles moeten inpakken helpt daar niet bij. Het maakt mij niet de gezelligste moeder. En dit jaar is het allemaal een graadje erger.
Een gezin in crisis op mijn werk
Op mijn werk zit een gezin in crisis. Ouders zitten met hun dertienjarige zoon met hun handen in het haar. Emoties knallen meerdere keren per dag uit de voegen van hun huis. Ondanks snelle inzet van therapie en begeleiding zwakt de storm niet af. Het water staat dit gezin aan de lippen.
Wat wij doen is niet genoeg. Zodra wij hulpverleners het huis weer verlaten, schiet de vlam in de pan. Moeder belt mij in paniek op. Ze is net daarvoor tussen vader en zoon ingesprongen omdat ze elkaar aanvlogen. Haar noodkreet is duidelijk: dit kan zo niet langer.
Nog twee dagen om het op te lossen
In mijn hoofd beginnen vragen rond te dansen. Wat speelt er waardoor de huidige hulp niet helpt? Wat is er nodig om de druk op het gezin te verlagen? Wat kan de GGZ daarin doen of is er een andere organisatie met beter passende hulp?
Wanneer moeder even later opnieuw in paniek opbelt, is duidelijk dat dit niet langer zo gaat. We moeten nu intensievere hulp regelen. En hoe gek dat voor veel mensen klinkt: dat is een moeilijke en tijdrovende klus.
Die klus wil ik klaren voordat ik op vakantie ga. Op dat moment heb ik nog twee dagen.
Hoe mijn werkstress mee naar huis gaat
Mijn hoofd zit vol met zorgen. Het lukt me niet om te bedenken wat ik voor onze vakantie nog moet wassen of in moet pakken.
Ik kom laat thuis uit mijn werk en mijn kinderen hebben honger. ‘Had dan gezegd dat er niets in huis is,’ krijg ik naar mijn hoofd. Hij snauwt: ‘Nou, wat wil je dan eten?’ Net alsof ik daar het antwoord op weet.
Als mijn vriend daarna nog een snauwerige vraag stelt, is dat te veel. Ik storm naar boven en prop lukraak wat was in de machine.
Het moment dat ik mezelf hoor
Even later zit ik chagrijnig aan tafel. ‘Die jurk die je aan hebt moet toch mee op vakantie? Waarom heb je die dan aangetrokken?’ De ergernis druipt van mijn gezicht en de sneer die ik er achteraan wil geven kan ik op het nippertje inhouden.
Grote blauwe ogen kijken mij aan. ‘Sorry mama, ik neem wel iets anders mee.’ En dan hoor ik mezelf. Ik loop naar de wc. Tijd om me te herpakken.
Ik blijf een kwartier op het toilet zitten en adem druk in en uit. Ik wil niet dat mijn kinderen zich later alleen herinneren dat ze met een boze feeks op vakantie gingen. Hoe doen andere ouders dit? Kunnen die wel alles tegelijkertijd?
Eenmaal terug zeg ik sorry en geef mijn dochters een dikke knuffel. Ik dwing mezelf om samen met hen een plan te maken voor hun kleren. Daarna breng ik ze met een verhaal rustig naar bed. De jurk gooi ik nog snel in de machine.
Ik sta er niet alleen voor
Die avond verdelen mijn vriend en ik de taken. Het merendeel ligt op mijn bord. Opnieuw haal ik diep adem. Hij kan er tenslotte niets aan doen dat hij zich van mij niet met de was of het inpakken van de kleren van de kinderen mag bemoeien.
Uitgeput sleur ik mezelf die avond van de bank, waarop ik al een (vast niet heel charmant) dutje heb gedaan.
Op mijn werk krijgen het gezin en ik wat meer ademruimte. Ambulante spoedhulp komt ons vier weken ondersteunen. Drie keer per week komen zij in het gezin ondersteunen, naast onze hulp die wij al bieden.
Ook thuis staan steeds meer vinkjes achter de taken. Ik kan op vakantie.
Wat een klein briefje kan betekenen
Op de dag van vertrek ligt het kanariegele briefje op de keukentafel. Ik krijg het niet over mijn hart om het weg te gooien en maak er snel een foto van voordat we de auto in gaan.
De auto zit vol met van alles en nog wat. We zijn waarschijnlijk van alles vergeten, maar de jurk was net op tijd droog en mijn kinderen vinden mij de beste mama ever.







