‘Heb jij zelf kinderen?’ vraagt een moeder aan mij. Ik recht mijn rug, kijk de moeder recht aan en antwoord: ‘nee, ik heb geen kinderen.’ Twijfel trekt over haar gezicht. De vader zegt niets.
Ik ben op dat moment 23 jaar oud en net een paar maanden aan het werk. Het is een vraag die ik regelmatig kreeg. Inmiddels weet ik wat ouders denken: hoe kan dit meisje, dat zelf net geen kind meer is, mij helpen?
Een enkele keer wordt er gevraagd naar een psycholoog die iets ouder is. Niets tegen mij als persoon, hoor, maar ze hebben liever iemand met wat meer levenservaring.
Waarom het zo oneerlijk voelde
Lang maakte het me boos en gefrustreerd. Ik had inderdaad minder levenservaring, maar dat betekende niet dat ik geen goede psycholoog was. Ik had ruim vier jaar gestudeerd en ontzettend hard voor mijn diploma gewerkt.
Achter mijn boosheid en frustratie zat een grote onzekerheid die ik met al mijn kracht verborgen hield. Hebben deze ouders gelijk, kan ik dit wel? Wie ben ik om deze ouders te adviseren of een diagnose vast te stellen?
Ouders en jongeren leggen hun ziel en zaligheid in jouw handen. Ik wilde ze vooruit helpen en als dat niet lukte, gaf ik mezelf de schuld. Ik had het aan een collega moeten overlaten, die dit natuurlijk veel beter kon dan ik.
Zelf oordeelde ik als jonge psycholoog ook over ouders. Bijvoorbeeld dat zij hun zoon of dochter tot hun twaalfde of soms zelfs veertiende jaar bij hen in bed lieten slapen. Elke nacht!
Na een jaar of twee kreeg ik deze vraag nog wel eens, maar niet meer omdat ouders geen vertrouwen hadden in mij. Meer een vraag uit interesse. Het voelde als een opluchting en ik zag dit als bevestiging, dat het hebben van kinderen je geen betere psycholoog maakt.
Toen moeder worden tegenviel
Mijn eigen kinderwens was vurig en op mijn dertigste werd ik (eindelijk) moeder. Ik kreeg mijn eerste dochter. En een kleine twee jaar later mijn tweede. Ik ben ontzettend blij dat ik moeder heb mogen worden. Tegelijkertijd is het ouderschap mij erg tegengevallen, iets wat ik van tevoren nooit had verwacht.
De jarenlange slapeloze nachten. Het voortdurende beroep dat je kinderen op je doen. Of ze nu lekker bij je komen knuffelen, ergens hulp bij nodig hebben, een driftbui voorbij komt of zich aan je vastklampen uit angst. Ik durf niet eens te tellen hoe vaak mijn dochters op één dag het woord ‘mama’ gebruiken.
Wat het ouderschap mij liet zien
Ik was verbaasd over de intense woede die ik kon voelen. Vooral als ik kapot was aan het einde van de dag en mijn kinderen niet deden wat ik wilde: braaf zijn en rustig gaan slapen. Hoe ik me met alle kracht tegen moest houden om niet te gaan schreeuwen, terwijl mijn spieren in mijn hele lijf zich aanspanden. Het deed me beter begrijpen waarom het ‘shaken baby syndrome’ bestaat en waarom ik daar in mijn kraamtijd een video over moest kijken van mijn kraamverzorgster.
Ik word, nu mijn dochters wat ouder zijn, nog steeds onzeker van de vergelijkingen die ouders onderling maken. Mijn kind kan al dit en mijn kind kan al dat, en die van jou? De meetlat van de maatschappij.
Daar komt de druk om een goede ouder te zijn bovenop. Misschien voor mij extra, omdat ik GZ-psycholoog ben binnen de kinder- en jeugdpsychologie (GGZ). Ik moet weten hoe je een kind opvoedt (dat klopt grotendeels) en ik moet het perfect kunnen (dat klopt helaas minder).
Wat ik nu weet
Pas later zag ik wat dit alles in mijn werk had veranderd. Ik heb geleerd dat het ouderschap zwaar is en dat alle ouders helden zijn. Er zit een goede reden achter de keuzes die ouders maken. Ook al kan de ouder het ‘waarom’ niet precies omschrijven.
Misschien is het belangrijkste dat ik geleerd heb dat je als ouder fouten mag maken. Als je het maar op de juiste manier goedmaakt, is er niets aan de hand. Je beschermt daarmee je kind tegen de foutloze meetlat van de maatschappij.
Tegen de jonge psycholoog die ik was zou ik zeggen: ja het is een verrijking van je kwaliteiten als kind & jeugdpsycholoog als je zelf het ouderschap mag ervaren. Tegelijkertijd maakt geen kinderen hebben je geen slechte psycholoog.
Ik kijk nu milder naar ouders én mezelf (gelukkig). Als ouder én als psycholoog.
Als ouders mij nu vragen of ik kinderen heb, antwoord ik eerlijk: ja. Maar wat ik eigenlijk zou willen zeggen is dit: ervaring maakt je niet beter. Mildheid wel.







