Hoe familiepatronen ontstaan
Niemand kiest voor zijn eigen leven. Het zijn je ouders die dat doen. Daarmee kiest ook niemand voor zijn eigen genen. Je krijgt ze mee en je moet het ermee doen. Net zoals met je opvoeding.
Genen en omgeving leiden tot patronen die worden doorgegeven van ouder op kind. Vaak zijn ze moeilijk te doorbreken. Zoals jij opgegroeid bent, zo geef je het door. Dit gebeurt ook in mijn eigen gezin en daar baal ik van. Meer dan ik wil toegeven.
De kleine momenten waarin ik mezelf herken
Zo waren gisteren mijn ouders op bezoek. Samen met mijn schoonouders kwamen ze bij ons eten, zoals we jaarlijks doen. Het klikt goed tussen hen, elk jaar is het weer even gezellig. Tussen mijn ouders en mijn schoonouders zie ik veel overeenkomsten. Mijn partner en ik delen veel dezelfde normen en waarden. Tegelijkertijd zie ik ook grote verschillen. Afgelopen zomer kwamen deze pijnlijk aan de oppervlakte.
Samen met mijn moeder en mijn dochters gaan we naar de kermis. Het is dertig graden buiten en de zon schijnt. Geen wolkje aan de lucht. Eenmaal thuis moet mijn moeder een uur uitpuffen. ‘Heb jij ook zo’n last van de hitte? Het zweet staat nog steeds op mijn voorhoofd,’ zegt mijn moeder een half uur nadat we thuis zijn. Op de kermis heeft ze er niets over gezegd.
Mijn vader drinkt een biertje waarvan de schuimkraag meteen doodslaat in zijn glas. Hij drinkt langzaam. Met een knipoog zegt hij dat ik hem een vies glas heb gegeven. Even later spoelt hij de helft van zijn biertje weg door de gootsteen. Als ik het zie verschijnt een lichte blos op zijn wangen. Ik was zijn glas grondig af en bied hem eenzelfde biertje aan. Het patroon herhaalt zich. Ik zie hem opnieuw zijn drankje wegspoelen.
Je hebt het niet meegekregen
Wat maakt dat mijn ouders niet zeggen waar ze last van hebben? Waarom spreken ze zich niet uit? Het zijn kleine momentjes, maar nu het me opvalt, zie ik ze elke dag. Ik vind het pijnlijk, omdat ik weet dat ik precies hetzelfde doe. Ik ben al opgestaan, zodat een ander kan zitten, voordat ik weet wat ik zelf wil. Daarna voelt het stom om erop terug te komen, dus laat ik het gaan. Even voel ik me schuldig, maar al snel besef ik dat dit niet aan mij ligt. Misschien ook wel niet aan hen. Het zit in hen, dus ook in mij.
Wat mijn dochter laat zien
Het lastigste vind ik dat mijn dochter dit ook doet. Ze is nog maar tien jaar oud, maar ik zie het al van jongs af aan. Altijd zal ze haar speelgoed weggeven, of iets waar ze van houdt ruilen. Eindeloos maakt ze knutselwerken voor alle familieleden. Alles om maar lief gevonden te worden. Ik probeer haar te stimuleren om ook aan zichzelf te denken, maar het levert weinig op. Ik besef dat dit komt, omdat ik het verkeerde voorbeeld geef.
Het contrast met mijn schoonfamilie
Mijn schoonouders daarentegen kondigen een kilometer van tevoren in duidelijke taal aan wat hun wens of grens is. Staat het ze niet aan, dan laten ze zich niet zomaar overtuigen. ‘Ik eet geen zalm en ook geen rood vlees,’ zegt mijn schoonmoeder tegen een ober. Braaf houdt iedereen er rekening mee. Het lijkt haar zo makkelijk af te gaan, terwijl het mij zo ontzettend veel energie kost.
Mijn eerste stap naar verandering
Het zijn talloze kleine voorbeelden met grote invloed. Mijn ouders, mijn dochter en ik leven een verborgen leven. Het verbergen van je eigen wensen kost veel energie. Het zorgt ervoor dat je vaak over je eigen grens gaat, waardoor het voelt alsof je nooit iets voor jezelf doet.
Wat zou ik graag zichtbaarder zijn. Een beter voorbeeld. Daarom zoek ik naar mijn eerste kleine stap, een stap die de generaties voor mij nog niet gezet hebben.







